Krimpenerwaard en Cyclus tekenen contract afvalinzameling

Op woensdag 31 augustus zetten wethouder Duurzaamheid & Milieu Pieter Neven en wethouder Financiën Ria Boere van Krimpenerwaard en algemeen directeur Jan Krapels van Cyclus hun handtekening onder een nieuw afvalcontract. Cyclus verzorgt vanaf 1 januari 2017 de afvalinzameling in de hele gemeente Krimpenerwaard volgens het diftar principe. Na de ondertekening deelden Jan Krapels en Pieter Neven campagnetassen uit aan inwoners met tips en producten om afval te verminderen. Daar draait het tenslotte om bij diftar.

“Na het harmoniseren van het afvalbeleid was de volgende stap voor de gemeente Krimpenerwaard een overeenkomst te sluiten met één inzamelaar. Dit is duidelijker voor onze inwoners”, zegt Pieter Neven. “Cyclus is ervaren in het invoeren van diftar en het inzamelen volgens dit principe. Hierdoor en door de scherpe aanbieding was het voor ons een logische keuze om voor het inzamelcontract met Cyclus te kiezen.”

VANG-doelstellingen binnen bereik
Jan Krapels: “Wij zijn erg blij met het vertrouwen van de gemeente. Diftar sluit aan op onze visie om mensen te stimuleren afval te voorkomen, afval beter te scheiden en afval efficiënt aan te bieden. Zeker met een hoge servicegraad voor de herbruikbare afvalstromen zoals GFT-afval, plastic & drankenkartons en papier. De ervaring van andere gemeenten die hetzelfde principe hanteren, leert dat de hoeveelheid restafval afneemt en het hergebruikpercentage juist omhoog gaat. Hiermee komen de VANG-doelstellingen (VANG = Van Afval Naar Grondstof) van maximaal 100 kilo restafval per huishouden en minimaal 75% van het afval gescheiden aanleveren in 2020 binnen bereik."

Gemeente Krimpenerwaard wil de landelijke doelstellingen halen met een eerlijke kostenverdeling. Neven: “Ik ben blij dat 1 januari 2017 de kernen Gouderak, Haastrecht, Krimpen aan de Lek, Lekkerkerk, Ouderkerk aan den IJssel, Stolwijk en Vlist ook overgaan op diftar. Zo heeft iedereen in Krimpenerwaard invloed op de afvalstoffenheffing. Want hoe minder vaak we restafval aanbieden, hoe lager de eindafrekening is.”